Zoeken
  • Karine Plas

Hoe leren honden?

Bijgewerkt: jun 23

Dat is geen geheim dat alleen gekend is door 'hondenfluisteraars'. Neen, het is een algemeen erkende manier met een sterk wetenschappelijk onderbouwd kader. Honden leren door de principes van de klassieke en de operante conditionering.


Om een goeie hondentrainer te zijn moet je dus geen bijzondere gave hebben. Het is iets wat je kan leren zodra je de principes van de klassieke en operante conditionering kent en begrijpt.


Hier beneden leg ik het kort even uit.


Klassiek vs. Operant


Klassieke conditionering is de ontdekking van Pavlov. Het is de zogenaamde 'stimulus - respons reactie'. Er werd een voorspel bare reactie (kwijlen) vastgesteld na een willekeurige stimulus (de bel). Deze reactie was van nature niet aanwezig, deze reactie is er gekomen na herhaling. M.a.w. je kan dus een bepaalde reactie teweegbrengen door deze steevast te laten voorafgaan door een bepaalde stimulus.

De honden van Pavlov begonnen te kwijlen bij het geluid van de bel. Het was niet de bel die hen deed kwijlen. Het was het voedsel dat vlak aan de bel voorafging.

en hier zit het nut voor het africhten van honden.

De oorspronkelijke stimulus was het voedsel. Door keer op keer de bel te laten voorafgaan aan het voedsel. (dus (bel = voedsel) + (bel = voedsel) x 1000) heeft ervoor gezorgd dat de honden al begonnen te kwijlen als ze alleen maar de bel te horen kregen en terwijl er geen voedsel in de wijde omtrek te bespeuren valt. Je zou dus kunnen zeggen dat Pavlov deze honden heeft leren kwijlen op commando (de bel).


Dit is al een hele ontdekking. Maar vooraleer we onze hond aan het leren zijn om te gaan liggen op commando, kot er toch nog wat meer bij kijken.

De uitdaging ligt aan het koppelen van voorspelbaar gedrag (vb. gaan liggen) aan een bewust gekozen commando (vb. 'af') om hier te geraken hebben we nog 1 andere wetenschapper nodig: Skinner


Skinner en de operante conditionering.


Skinner is een gedragspsycholoog en wordt vaak beschouwt als de vader van de 'operante conditionering'.

Operante conditionering werkt in het kort als volgt:

Je hebt

  • Neutrale operanten: prikkels uit de omgeving die het drag niet doen toenemen en niet doen afnemen.

  • Bekrachtigers: deze zorgen ervoor dat bepaald gedrag toeneemt. Je hebt positieve bekrachtigers en negatieve bekrachtigers. Bekrachtigers geven de hond een aangenaam gevoel.

  • Straffen: deze zorgen ervoor dat bepaald gedrag afneemt. Je hebt ook hier postieve en negatieve bekrachtigers. Straffen geven de hond een onaangenaam gevoel.

Positief betekent hier 'je voegt iets toe', negatief betekent 'je neemt iets weg'. Het heeft dus niets te maken met aangenaam of onaangenaam.

Bekrachtigers daarentegen geven aan dat de hond iets als aangenaam ervaart en straffen geven aan dat de hond iets als negatief ervaart.


Stel je wil je hond leren op te gaan zitten.


Een positieve bekrachtiger : je geeft je hond een snoepje zodra hij zit. (= aangenaam want iets wordt toegevoegd nl. een snoepje)

Een negatieve bekrachtiger: je duwt met je hand op de kont van de hond (dit wordt door de hond als onaangenaam ervaren). Je stopt met duwen zodra je hond zit. (= aangenaam want iets wordt weggenemen nl. de druk)


Positieve straf: je hond zit, zodra hij aanstalten maakt om recht te staan krijgt hij een ruk van de ketting. (= onaangenaam, want iets wordt toegevoegd nl. de ruk)

Negatieve straf: zolang de hond zit wordt hij gestreeld, zodra hij aanstalten maakt om recht te staan stopt de streling. = onaangenaam, want iets wordt weggenomen nl. het strelen)


Alle 4 deze methodes werken om een hond iets te leren. De kunst bestaat erin om te weten wanneer je welke moet inzetten én om je bewust te worden van de impact van jouw gedrag op je hond.


Weten wat er speelt.


Iedere avond springt mijn hond op mijn schoot in de zetel, en ieder avond wrijf ik haar dan over haar bol. Wanneer ik stop met strelen duwt ze haar neus tegen mijn hand, ze blijft duwen tot ik haar terug streel. ik zeg eerst dat dat niet mag en dat ze moet stoppen, maar dat werkt niet dus ja, uiteindelijk begin ik steeds weer te strelen.

Wat speelt er hier?

Stap een:hond springt in de zetel en wordt gestreeld = toevoeging van iets aangenaams

Stap twee: Strelen stopt = weg nemen van iets aangenaams

Stap drie: duwen met neus zorgt er voor dat strelen terug begint = toevoegen van iets aangenaams.


Als je dat duwen met de neus wil afleren, dan loopt het hier dus fout in stap 3: het duwen met de neus wordt beloond en zal dus blijven toenemen i.p.v. afnemen.

Als je hier niet goed begrijpt wat er speelt, kan je heel snel erg boos worden op je hond. "Waarom begrijpt hij niet wat je bedoelt je zegt toch neen, een je geeft hem soms zelf een tik en toch blijft ie maar duwen met zijn neus".

Wel het feit dat je hond blijft doorgaan met duwen, bewijst dat hij het roepen en zelfs de 'tik' niet ervaart als iets echt onaangenaam. Het is voor hem geen straf. Als het voor je hond wel een straf zou zijn, dan zou het gedrag afnemen.

Wil je dat het gedrag afneemt, dan moet je ervoor zorgen dat het iets onaangenaams teweegbrengt wanneer je hond dit doet.

Dat kan door een positieve straf (het toedienen van iets onaangenaams) vb. je geeft je hond een elektrische shok zodra hij met zijn neus begint te duwen of door een negatieve star: (het wegnemen van iets aangenaams) vb. je staat recht en verbreekt het contact met je hond.


De basis


Deze principes liggen aan de basis van hoe honden leren en zijn wat mij betreft verplichte kennis voor iedere hondeneigenaar! Eén keer je begrepen hebt hoe een hond leert kan je zijn gedrag gaan beïnvloeden door bewust te straffen (afleren) en belonen (aanleren).

Vaak staan we echter niet stil bij deze mechanismen en dit zorgt ervoor dat we soms onze hond ongewild bepaalde dingen aanleren.

Vb: hond gaat lopen met pantoffel. Ik ga al roepend en tierend achter de hond aan. Het gedrag neemt niet af. Het neemt zelfs toe. Het feit dat het gedrag niet afneemt, wil zeggen dat het roepen en tieren niet als een straf wordt gevoeld. Het feit dat het gedrag eerder toeneemt, wijst erop dat de hond dit zelfs leuk vind. Iedere keer dat ik dus roepend en tierend achter mijn hond aanloop, leer ik hem dus eigenlijk: pantoffels pikken zorgt voor een leuke en doldwaze achtervolging. Eigenlijk is het hier onze fout dat dit gedrag bij de hond toeneemt. Niet dat van de hond.


Liefste baasje,....


Als honden zouden kunnen praten, zouden ze ons vertellen dat ze niet opzettelijk ons ergeren, maar omdat ze denken dat ze iets goed doen, want ze worden er steeds voor beloond.

Een goede analyse van de situatie zal veel misverstanden uit de wereld helpen.


Samengevat

Gedrag dat beloont wordt, neemt toe. Gedrag dat bestraft wordt, neemt af. Gedrag dat genegeerd wordt sterft uit.

Kijk dus wat er gebeurt bij je hond: neemt gedrag toe of blijft het in stand? Dan is er ergens een vorm van beloning voor je hond.

Neemt het gedrag plots af, dan ervaart je hond ergens ets als straf. Omgekeerd geldt ook : wil je straffen, maar neemt het gedrag niet af, dan ervaart je hond deze actie niet als straf. Het heeft dus ook geen zin dit gedrag te lijven herhalen.


Als je na het lezen van dit artikel specifieke vragen hebt, stuur dan gerust een mailtje en ik help je met veel plezier verder!



13 keer bekeken
Get on the list!

En blijf op de hoogte

© 2023 by Make Some Noise.

Proudly created with Wix.com